WEEKBERICHT PVDA FRACTIE 16 T/M 22 MEI 2020

24 mei 2020

Dit is nummer 554 van de weekberichten van de PvdA-fractie in Lansingerland. Alleen op maandag was een (korte) extra vergadering van commissie AB. We dienden op donderdag flink wat inhoudelijke vragen in naar aanleiding van de Jaarrapportage Sociaal Domein 2019 die begin juni op de agenda van de commissie staat. Het sociale domein is complex en kent nu al veel uitdagingen. Dat maakt het des te belangrijker om als gemeenteraad een aantal rondetafelgesprekken te organiseren over de gevolgen van de coronacrisis voor onze gemeente. In ons weekbericht van vorige week stelden wij dit voor. De raad zou bij de rondetafelgesprekken kunnen spreken met vertegenwoordigers van bijvoorbeeld het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, jongeren en ouderen, sportverenigingen en kerkgenootschappen. Uiteindelijk kan er dan samen worden gezocht naar oplossingen voor sociale, economische en maatschappelijke problemen die door de coronacrisis veroorzaakt worden en over de inrichting van de samenleving volgens ‘het nieuwe normaal’. Gemeenten als overheid dichtbij huis hebben hierin een belangrijke rol vervullen, dat sprak ook uit de woorden van premier Mark Rutte afgelopen dinsdag. De PvdA-fractie hoopt op steun uit de raad voor deze rondetafelgesprekken met onze inwoners.

Groenzoom op z’n mooist

REKENKAMER WIL MEER AANDACHT VOOR WONEN EN ZORG VOOR OUDEREN DIE NIET IN BEELD ZIJN

De gemeente heeft de kwetsbare ouderen in Lansingerland en hun specifieke ondersteuningsbehoeften nog onvoldoende in beeld. De gemeente ondersteunt deze ouderen mogelijk dan ook nog niet genoeg bij het langer thuis wonen. Juist deze kwetsbare ouderen, zonder netwerk, mantelzorger of voldoende mogelijkheden zichzelf te redden lopen extra risico’s in ‘deze tijd van corona’. Ook moet de gemeente meer zicht krijgen op de uiteenlopende woonbehoeften van ouderen zodat ze een toereikend woonaanbod voor hen kan realiseren. Dit en meer concludeert de Rekenkamer Lansingerland in haar afgelopen week verschenen rapport “Kwetsbaar en uit beeld” over het aanbod van voorzieningen om ouderen te ondersteunen bij het langer thuis wonen. Wij citeren uit het persbericht van de rekenkamer.

De gemeente weet volgens de Rekenkamer al geruime tijd dat de groeiende groep ouderen in Lansingeland behoefte heeft aan passende woonruimte. Vooralsnog heeft ze echter niet voldoende inzicht gekregen in de precieze woonbehoeften van de verschillende groepen ouderen. Omdat de gemeente dit inzicht nodig acht voordat er concrete plannen voor ouderenwoningen bij nieuwbouw worden ontwikkeld is het woonaanbod vooralsnog achtergebleven bij de te verwachten vraag. Ook zijn er niet genoeg passende woningen voor ouderen in de sociale huursector. Dit komt omdat de gemeente niet genoeg stuurt op de woningcorporatie om te zorgen dat die voldoende betaalbare gelijkvloerse woningen voor ouderen realiseert.

Qua ondersteuningsaanbod doet de gemeente het een stuk beter. De gemeente heeft in het algemeen zicht op welke ondersteuning ouderen nodig hebben om langer thuis te kunnen blijven wonen. Het ondersteuningsaanbod is voldoende verankerd in het sociaal beleid en in de samenwerking met de uitvoerende organisaties, die al van oudsher het welzijnswerk uitvoeren. Hierdoor is er een aanbod aan ondersteuning dat aansluit op de behoeften van ouderen. Denk aan laagdrempelige praktische hulp maar er is ook veel aandacht voor mantelzorg en het welzijn van de ouderen. De rekenkamer ziet wel knelpunten zoals de stijgende kosten van maatwerkvoorzieningen, tekorten aan vrijwilligers en de bereikbaarheid van de activiteiten.

Ondanks dat het ondersteuningsaanbod voor het grootste deel van de ouderen in Lansingerland voldoende is, zijn er groepen ouderen waarvoor dit aanbod mogelijk tekortschiet. Dit komt omdat de gemeente niet genoeg zicht heeft op deze ouderen en hun specifieke ondersteuningsbehoeften. Dit betreft vooral eenzame ouderen en ouderen met lagere inkomens of een migratieachtergrond.

Het college onderschrijft de conclusies en aanbevelingen in het rapport grotendeels, meldt de rekenkamer. Maar juist op het punt van het ondersteunen van kwetsbare ouderen neemt het college de aanbevelingen van de rekenkamer niet geheel over. Verder geeft het college aan terughoudend te zijn met het maken van afspraken met de woningcorporatie over specifieke woningen voor ouderen. Het college wil liever intergenerationeel bouwen. De rekenkamer benadrukt dat het haar gaat om voldoende betaalbare gelijkvloerse woningen juist voor de vaak kwetsbare doelgroepen van de sociale huursector. Het is de rol van de gemeente om hier op te sturen door afspraken te maken met de corporatie.

Het college gaat in zijn reactie volgens de rekenkamer niet specifiek in op het door de rekenkamer geconstateerde gebrek aan zicht op de ondersteuningsbehoeften van deze kwetsbare groepen. Juist deze kwetsbare ouderen, zonder netwerk, mantelzorger of mogelijkheden zichzelf te redden lopen extra risico’s in deze tijd van corona als ze onvoldoende in beeld zijn bij de organisaties die hen ondersteuning kunnen bieden. Het college neemt de aanbeveling van de rekenkamer op dit punt wel over en zal in het actieplan Langer Thuis extra aandacht besteden aan de specifieke ondersteuningsbehoeften van de kwetsbare ouderen.

U kunt dit lezen in het volledige rapport van de rekenkamer.

Wat vindt de PvdA-fractie van het rapport van de Rekenkamer? Dat de gemeente Lansingerland zicht te weinig inspant voor het in hoog tempo bouwen van voor ouderen geschikte, levensbestendige en betaalbare woningen is een open deur. Corporatie 3B-Wonen wil graag maar het college schiet niet erg op. Dit geldt trouwens ook voor vele andere bevolkingsgroepen zoals onze jongeren en mensen met een laag of middeninkomen. Het is goed dat de rekenkamer de vinger weer eens op de zere plek legt. Dat het college meer haar best moet doen om de zorg voor met name eenzame ouderen met lage inkomens en/of een migratieachtergrond op peil te krijgen, is voor ons ook niet nieuw. Het past bij onze waarneming dat het college de armoede in Lansingerland in zijn algemeen lang niet volledig in beeld heeft. Denk ook maar aan de kinderen die in armoede opgroeien.

Het rapport van de rekenkamer zal natuurlijk geagendeerd worden in de raadscommissie Samenleving van juni of juli. Dan komen wij er in ons weekbericht uitgebreid op terug.

Corona ‘kletskeet’ bij De Tuinen in Bleiswijk

Oude gemeentehuis Bleiswijk, nu zorgcentrum

 LUCHTVAARTNOTA MAAKT VLIEGEN VLEUGELLAM

 De Rijksoverheid formuleert van tijd tot tijd de hoofdlijnen van beleid voor de luchtvaart. De bestaande Luchtvaartnota dateert uit 2008. Centraal in deze nota stond het inspelen op de luchtvaartvraag om de economie tijdens de financiële crisis van toen te ondersteunen. De doelen waren vooral gericht op kwantiteit. Anno 2019 zijn de grenzen van de groei in zicht gekomen. De luchtvaart loopt wat betreft capaciteit zowel op de grond als in de lucht aan tegen grenzen. Het klimaatakkoord van Parijs vraagt om een transitie naar schone en duurzame mobiliteit. Het draagvlak voor de uitbreiding van de luchtvaart staat onder grote druk. Tegelijkertijd gaan de technologische ontwikkelingen razendsnel. En is er nog veel onzeker over hoe de toekomstige luchtvaart er over een generatie uit gaat zien. De mondiale luchtvaart van na februari 2020 zal ingrijpend veranderen door een sterk teruglopende vraag, zorgen over veiligheid rond de gezondheid, digitalisering van de internationale communicatie en de noodzaak van verduurzaming.

Wat vindt het ministerie van IenW?

Volgens de minister Infrastructuur en Waterstaat (IenW) is er behoefte aan nieuwe hoofdlijnen van beleid en aan het maken van keuzes, waarin enerzijds opgaven liggen over hoe om te gaan met de grenzen aan de groei en anderzijds de vraag is hoe te anticiperen op een onzekere toekomst. Daarom is de Luchtvaartnota 2020-2050 opgesteld. De nieuwe Luchtvaartnota wil volgens de minister de start zijn van een nieuwe koers naar een duurzame luchtvaartsector die Nederland blijft verbinden met de rest van de wereld.

De nota was al klaar toen de coronacrisis uitbrak. De minister IenW realiseert zich dat de maatschappelijke context fors is veranderd maar vindt ook dat de in de nota beschreven ambities met betrekking tot kwaliteit en kwantiteit onveranderd zijn. “Het kabinet verwacht dat de strategische vraagstukken voor de lange termijn dezelfde zullen blijven”. Bij een lage economische groei zal Schiphol in 2030 596.000 vliegbewegingen tellen. Wanneer de economie op volle kracht draait, gaat het zelfs om 782.000 vliegbewegingen.

Het Rijk wil niet langer sturen op aantallen vliegtuigbewegingen. Het gaat voortaan om kwalitatieve grenzen. Basis voor die sturing zijn de publieke belangen, die het Rijk moet behartigen. Deze belangen zijn:

  1. Nederland veilig houden staat voorop
  2. Nederland blijft goed verbonden met de belangrijke centra in de wereld
  3. Nederlanders leven in een omgeving die aantrekkelijk en gezond is
  4. Nederland is een duurzaam land

“‘Slim en duurzaam’ is het uitgangspunt met veiligheid op één”, meldt de minister IenW. “Er is een nieuwe balans nodig tussen de kwaliteit van de leefomgeving en de kwaliteit van het netwerk van internationale verbindingen, van ongeclausuleerde groei kan niet langer sprake zijn”.

Het streven is om de CO2 uitstoot van de luchtvaart in Nederland in 2030 gelijk te doen zijn aan de uitstoot van 2005. In 2050 moet de CO2 uitstoot gehalveerd zijn ten opzichte van 2030. In 2070 wordt de doelstelling van géén CO2 uitstoot bereikt. Deze doelstellingen zijn niet nieuw en komen overeen met concept internationale afspraken over de duurzame luchtvaart. Op dit moment is de bijdrage van de luchtvaart aan de landelijke CO2 uitstoot 7%. De luchtvaart is goed voor 1.5% van de stikstofemissies, aldus de MER.

De Luchtvaartnota schetst een stap-voor-stapaanpak. Vertrekpunt daarbij is de feitelijke huidige situatie. Het beleid van de Luchtvaartnota is niet in beton gegoten, maar beoogt om, waar nodig, zich aan te passen aan een nu nog onbekende toekomst. De beschreven ambities blijven wel overeind. De nota beschrijft de rol die de rijksoverheid voor zich weggelegd ziet en is richtinggevend voor andere betrokkenen bij het luchtvaartbeleid, zoals de regionale vliegvelden.

Innovatie is hét sleutelwoord voor een duurzame luchtvaart

Nederland moet in 2030 koploper zijn en dit moet lukken gezien alle kennis, wetenschap en ervaring die wij in huis hebben. Het Rijk wil elektrisch vliegen, hybride vliegen en synthetische kerosine als vervanger van de huidige kerosine stimuleren. Ook bijmengen bij traditionele kerosine is een belangrijke keuze. Deze technologieën moeten gaan zorgen voor geluidsarmere en CO2 neutrale vliegbewegingen. En ook voor een schonere lucht. Willen de luchthavens uitbreiden dan moeten zij de extra capaciteit zélf verdienen door minder geluidsoverlast, minder CO2 uitstoot en een lagere uitstoot van schadelijke stoffen zoals (ultra) fijnstof. In 2021 komt het RIVM met een rapport over de gezondheidseffecten van ultra fijnstof 0.1 PM. Volgens het RIVM is nu nog lastig te bepalen welk deel van het ultra fijnstof veroorzaakt wordt door bijvoorbeeld het wegverkeer en welk door de luchtvaart.

Ook de bedrijfsvoering van de luchthavens moet vanaf 2030 volledig CO2 neutraal zijn. Wat ook moet gaan helpen, is de nieuwe luchtruimte indeling. Bij de herziening van het luchtruim heeft het beperken van geluidsoverlast prioriteit in het luchtruim tot een vlieghoogte van 1800 meter. Hoe directer en sneller naar grote hoogte des te minder geluidsoverlast. Ook efficiëntere daalprocedures zorgen voor 1-5 decibel minder geluid volgens Eurocontrol.

De minister richt haar hoop op de trein, wetend dat 70% van de vluchten vanaf Schiphol een Europese bestemming heeft. De trein kan in 2030 tussen 1.9-3.7 miljoen vliegreizen vervangen op de belangrijkste bestemmingen vanaf Schiphol. Dit is 2-5% alle vluchten vanaf Schiphol. De MER gaat overigens uit van 3.6% van alle vluchten.

Alleen de bestemming Londen telt vanaf Schiphol momenteel al 4 miljoen reizigers per jaar. Wil je alle Europese bestemmingen tot pakweg 800 km afstand uitsluitend via de trein bedienen dan zijn er enorme investeringen, veel extra ruimtebeslag voor nieuw spoor in toch al drukke gebieden, veel CO2 uitstoot vanwege de bouw en vele jaren nodig om het treinennet op het gewenste peil te brengen. Het huidige Europese spoornet kan deze extra vraag de komende jaren bij lange na niet aan.

Onze conclusie: kiezen voor sneller innoveren op duurzaamheid

Wat ons betreft maakt deze Luchtvaartnota geen harde keuzes en stelt geen scherpe doelstellingen. De traditionele aanpak van groei gaat hand in hand met nieuw beleid dat op kwaliteit en duurzaamheid is gericht. Dit maakt de agenda voor de toekomst diffuus. Het is tijd om fundamentele vragen te stellen over het systeem waarin we ons bevinden. Hoe houdbaar is het systeem dat we hadden? Is er sprake van een heuse ‘game changer’ die duurzaam vliegen mogelijk maakt? Die vraag wordt door de minister IenW jammer genoeg niet gesteld.

Het had voor de hand gelegen om expliciet te kiezen voor kwaliteit en duurzaamheidsbeleid met scherpe doelstellingen. De balans moet naar duurzaamheid doorslaan. Dit betekent ook als rijk fors investeren in nieuwe luchtvaarttechnologie die er voor moet zorgen dat niet in 2070 maar bijvoorbeeld al in 2040 CO2 neutraal kan worden gevlogen. Kwestie van urgentie. De fossiele luchtvaart loopt vast, de toekomst is aan duurzaam vliegen.

Dit vraagt ook om het (internationaal) beprijzen van uitstoot door vliegtuigen. Hoe minder uitstoot des te lagere heffingen. Het Luchtvaartverdrag van Chicago 1944 moet dus volledig op de helling.

Wat betekent de Luchtvaartnota voor Rotterdam The Hague Airport?

Ook onze regionale luchthaven zal volgens de minister een eventuele groei moeten ‘verdienen’ door minder geluidsoverlast en CO2 uitstoot. Jaarlijks is de luchthaven tot op heden goed voor zo’n 17.700 vliegbewegingen en 2 miljoen reizigers. Dat zijn gemiddeld over een jaar zo’n 50 vluchten per dag, meer in de zomer en minder in de winter. De meeste reizigers komen uit de Metropoolregio. De minister wil de geluidsruimte voor het medische en politieverkeer helemaal scheiden van die voor het commerciële verkeer. Die krijgt een eigen geluidsruimte. De vrijkomende geluidsruimte mag niet worden ingevuld door het commerciële verkeer. Op dit moment wordt zeker 20% van de ruimte gebruikt voor medisch en politieverkeer. Dit aandeel groeide de afgelopen jaren sterk.

Er zal bovendien nog eens scherp naar het nachtverkeer gekeken moeten worden. Herziening van het luchtruim voor landend en vertrekkend verkeer kan soelaas bieden. Tot nu komt het verkeer van en naar RTHA stevig in het gedrang door het verkeer van en naar Schiphol. Minder geluidsoverlast door betere landings- en vertrekroutes wordt zo lastiger te realiseren. Het gebruik van het luchtruim moet veel efficiënter. Hiervoor is nieuwe navigatie- en communicatietechnologie nodig. Vliegtuigen gaan onderling communiceren en hoeven dan minder over stedelijk gebied te vliegen.

Er moeten in onze regio afspraken worden gemaakt over het vergroten van de kwaliteit van de leefomgeving en maatregelen die hinder voor bewoners verminderen en compenseren. Onderdeel hiervan zijn afspraken over het meten van geluid en het verbeteren van de leefomgeving en het verminderen van hinder en negatieve gezondheidseffecten.

Er dient volgens de minister ook een regionale verkenning te komen met belanghebbende partijen in de regio over de gewenste ontwikkeling van de luchthaven: regionale luchthavens als toegevoegde waarde voor de regionale economie. Volgens de minister moet RTHA zich richten op vluchten en activiteiten die van waarde zijn voor de regionale economie en inspelen op de specifieke behoeften van de reizigers in onze regio. De PvdA-fractie ziet overigens dat er nog te weinig contact is tussen het bedrijfsleven in Lansingerland en de luchthaven over de economische meerwaarde van een vliegveld in de buurt. Denk maar aan het meedenken over voor Lansingerland interessante bestemmingen.

Hiernaast ziet de minister een belangrijke rol weggelegd voor het faciliteren van nieuwe initiatieven op het gebied van elektrificatie en drones toepassingen. Drones hebben een grote toekomst voor (goederen)vervoer op maat in de regio. Er komt een nieuw luchthavenbesluit dat rekening houdt met de ambities van het rijk. Per saldo is het de minister van IenW die bepaalt hoe dit luchthavenbesluit eruit ziet. De provincie adviseert en gemeenten mogen meedenken.

Hoe verder nu verder met deze luchtvaartnota?

Voor de PvdA-fractie is vliegen een gewone vorm van openbaar vervoer. Net als trein, tram, metro, bus en taxi. Het gaat om de meest efficiënte combinatie van vervoer, zowel in tijd, duurzaamheid als kosten. Luchthavens moeten knooppunten van diverse vormen van mobiliteit en kennis worden met nadruk op bereikbaarheid via openbaar vervoer en fiets. RTHA omhelst deze visie. Ze wil de bedrijfsvoering in 2030 CO2 neutraal hebben en hier wordt hard aan gewerkt. De luchthaven wordt, met steun van Schiphol en vele kennisinstituten en overheden, waaronder ook het ministerie van IenW, de nationale proeftuin voor duurzaam vliegen en duurzame luchthavens. Ook het bedrijfsleven werkt intensief mee. Het gaat van RTHA 2020 naar RHIA 2030. Hiervoor richtten RTHA samen met het college van Rotterdam de stichting RHIA op. Zie: https://stichtingrhia.nl/

Het Rijk kiest jammer genoeg dus voor een vleugellamme luchtvaart. Wat de PvdA Lansingerland betreft had het rijk krachtig gekozen voor innovatie én duurzaamheid als absolute randvoorwaarde voor groei. Met forse rijksbudgetten om deze innovatie snel van de grond te tillen. Ons land heeft de kennis en infrastructuur volop in huis om internationaal grote stappen te gaan maken. Klimaat neutrale luchtvaart innovatie als nieuwe Mainport. Zo wordt het ook mogelijk om al veel eerder dan in 2030-2050-2070 (de huidige stappen) vooruitgang te boeken. De geschetste ambities zijn veel te laag. Juist deze coronatijd moet de minister te denken geven of alles wel weer wordt zoals het was.

Het ligt voor de hand dat de besluitvorming over deze nota over de landelijke verkiezingen van voorjaar 2021 wordt getild. De commissie Ruimte zal zich op 30 juni 2020 buigen over de door het college op te stellen concept zienswijze met betrekking tot deze nota. Wordt dus vervolgd.

 Bijenidylle Offenbachplantsoen

Landscheiding Berkel Noordpolder

 HOLLAND RAIL TERMINAL OP DOOD SPOOR?

In juni 2019 is de raad voor het laatst door het college geïnformeerd over de voortgang van de Holland Rail Terminal Lansingerland (HRT). Die moet een plek krijgen bij het spoor ter hoogte van het voormalige veilingterrein in Bleiswijk. Het college studeerde toen op het effect van een railterminal op langere termijn. ProRail en Logitech onderzochten op hun beurt de inpasbaarheid van een wachtspoor en de capaciteit op het spoor tussen Gouda en Den Haag. De kracht van de HRT zit in het bouwen van een spoorverbinding op een plek waar grote volumes goederen worden geproduceerd en waar met grote regelmaat wordt getransporteerd. HRT is in staat om de hele keten CO2 neutraal te maken. De komst van een HRT kan bovendien de economische positie van onze tuinbouwsector versterken. Voormalig CDA wethouder Albert Abee was een grote voorstander van de komst van de HRT. Hij stelde zich uitdrukkelijk op als trekker van dit project.

Uit een brief van het college die afgelopen week naar de raad gestuurd werd, blijkt dat het anders moet. De studie geeft aan dat “commitment’ van provincie en rijk over locatiekeuze en financiële bijdragen belangrijk zijn. Het Ministerie van IenW wil een nieuw locatiekeuze onderzoek voor de railterminal en dat onder andere het Rail Service Center in Rotterdam hierin uitgebreid wordt meegenomen. Het ministerie heeft schriftelijk kenbaar gemaakt het HRT-initiatief te ondersteunen en dit als een kans te zien voor goederenvervoer op het spoor. Aan de andere kant willen ze meer personenvervoer op het spoor realiseren. In de provinciale begroting is (nog) geen budget opgenomen voor de HRT”.

Het college constateert nu dat “We in de wachtkamer zitten en in afwachting zijn of er andere bestaande terminal locaties geschikt zijn voor dit concept en of financiering loskomt. Het ministerie en de HRT initiatiefnemers hebben specifiek aan Lansingerland gevraagd om betrokken te blijven en de gronden ruimtelijk-planologisch beschikbaar te houden. Op dit moment zijn er nog te veel onduidelijkheden en risico’s om verder te gaan”.

Het college kiest ervoor om het HRT-proces vanwege het locatieonderzoek van de HRT-initiatiefnemers en provincie af te wachten. Lansingerland is nu dus geen voortrekker meer. Zonder steun van de hogere overheden is de HRT (financieel) niet haalbaar om te realiseren. “De bal ligt letterlijk bij het ministerie voor de keuze van Lansingerland als railterminal locatie. Voor de HRT voeren we op dit moment geen actieve bestuurlijke lobby”. Het college zal de raad informeren zodra de resultaten van het locatieonderzoek van de provincie en HRT-initiatiefnemers bekend zijn.

De PvdA-fractie is verrast over dit bericht. De Holland Rail Terminal was tot heden de ‘love baby’ van het college, in het bijzonder van voormalig wethouder Albert Abee. Een jaar lang heeft de raad niets gehoord en dan ineens dit. Wij zullen dit zeker aan de orde stellen in de rondvraag van de raadscommissie Ruimte of Algemeen Bestuur van juni.

Uitbreiding Anthura op Anthuriumweg Bleiswijk

HSL in tuinbouwgebied

 Anthura Bleiswijk

 Tot slot: Aankomende week hebben we beeldvormende avonden over de Jaarrapportage Sociaal domein (dinsdag) en het Masterplan Wilderszijde (woensdag). Op donderdag vergadert de Gemeenteraad over het financieel mandaat crisismaatregelen en het plan van aanpak voor de raadpleging van inwoners over het nieuwe afvalbeleid. Heb een goede week!

 R.K. Hoefweg in Bleiswijk

 Bleiswijk centrum

 Bleiswijk centrum

Bleiswijk centrum